Historie van ons kerkgebouw

Kerk StompwijkDe Laurentiuskerk in Stompwijk dateert uit 1873. Pastoor Joannes Canters (1870-1884) heeft de kerk laten bouwen.
Canters werd op 16 januari 1824 te Tilburg geboren en priester gewijd in Haren op 17 juni 1848. Hij was van 1870 tot zijn dood pastoor van Stompwijk en overleed aldaar op 19 januari 1884.

Hij heeft in Stompwijk een nieuwe kerk en pastorie laten bouwen. Bij zijn komst was de kerk zo bouwvallig, dat hij onmiddellijk plannen moest maken voor de bouw van een nieuwe kerk.
Reeds op 30 november 1870 vroeg het kerkbestuur aan de bisschop machtiging daarvoor. Architect E.J. Margry uit Rotterdam had een plan gemaakt, waarvan de bouwkosten werden geraamd op Fl.56.760,- waarbij dan nog FL. 1500,- kwam voor een noodkerkje.
Als geldmiddelen voor de kerkbouw werden genoemd de vrijwillige bijdragen tot Fl.18.000,- het kerkenkassaldo van Fl. 3600,- en de verkoop van de helft van een boerenwoning met 27 morgen land voor Fl. 20.000,- nog vijf morgen land voor Fl.5000,- en tenslotte een geldlening van Fl.13.000,-.
De boerenwoning was in 1766 aan de kerk en de armen overgemaakt bij testament door Cornelis van Egmont en Apollonia van Eick. Het armenbestuur had in een deling en verkaveling toegestemd. Het was een tegenvaller voor de pastoor, dat de bisschop niet wilde toestaan het land te verkopen en bovendien dat het plan van Margry niet solide genoeg was en werd afgekeurd. Hem werd aangeraden een nieuw plan te ontwerpen, dat eenvoudiger zou zijn en meer solide en daarenboven in evenredigheid met de geldmiddelen. Zo kon bijvoorbeeld de toren minder hoog zijn. De kosten van dit plan werden geraamd op Fl.52.460,-.
Op 10 augustus 1871 werd wederom de goedkeuring van de bisschop gevraagd. Er was nu ook een fundatiegift van de weduwe Anna Onderwater-van Dijk van Fl.1000,- plus een vrije gift van haar van Fl.1000,- terwijl er aan zielmissen een bedrag kwam van Fl.2500,- van Maria Onderwater, de dochter van Ger Onderwater en Anna van Dijk.
Van dit geld is ook het Maria-altaar gekocht. Het kerkbestuur verzocht onmiddellijk te mogen beginnen met het maken van de fundering op 434 heipalen om daarmee nog vóór de winter klaar te kunnen zijn; ze hadden het benodigde geld daarvoor klaar liggen. Het verzoek werd ingewilligd; onmiddellijk kon met het maken van de noodkerk begonnen worden en met het leggen van de fundering. Op 28 maart 1871 was daarom de laatste dienst in de oude kerk. Het nogmaals gewijzigde plan werd op 23 oktober 1871 goedgekeurd.
Jac. van Santen Jz.(* 1871) legde de eerste steen op 19 maart 1872. Op 25 december 1872 luidden reeds de nieuwe kerstklokken. Er werd overigens voor Fl.1100,- aan eerste stenen gelegd. Inmiddels zag de pastoor zich genoodzaakt ook het kerkhof te vergroten, hetgeen gebeuren moest voordat met de bouw van de kerk een begin werd gemaakt. Toen de kerk klaar was, kwam de pastorie aan de beurt. De kerk werd wegens ziekte van Mgr. Wilmer pas geconsacreerd op 12 september 1878 en wel door Mgr. Snickers.
De kerk was echter al op 17 maart 1873 ingezegend door deken Bottemanne uit Zoeterwoude. Het orgel uit 1872 kwam van de firma L.Ypma uit Alkmaar.
Op 15 december 1872 schreef het kerkbestuur aan de bisschop, dat de pastorie in zo’n erbarmelijke toestand verkeerde, dat er hoognodig een andere moest komen. Men verlangde een nieuw huis, wederom volgens een ontwerp van Margry, waarvan de kosten begroot werden op Fl.16.940,-.
De bisschop toonde zich zeer verwonderd, immers, bij de aanvrage voor de bouw van een nieuwe kerk was goedgevonden de pastorie in status quo te laten. De gevraagde machtiging werd echter toch op 31 januari 1873 verleend en op 19 maart werd de eerste steen gelegd, terwijl op 16 oktober 1873 het eerste diner aldaar plaatsvond.
Op 31 maart 1873 was Catharina Olsthoorn de eerste dopeling en op 17 juni 1873 vierde pastoor Canters zijn zilveren priesterfeest.
De parochianen gaven hem een nieuw altaar en hij gaf twee biechtstoelen aan de parochie.
In mei 1874 bouwde het kerkbestuur nog een kosterswoning, die Fl.2000,- kostte.
De aannemer was J.Peters. Door de bouw van dit alles moest het terrein voor en rond de kerk opnieuw worden aangelegd.

Reeds in 1877 begon de vloer van de nieuwe kerk te verzakken. Er werden gewelven onder aangebracht, waarover in 1882 een nieuwe vloer werd gelegd.
Pastoor Canters schreef over zijn parochie; “een eenvoudige zedelijke boerengemeente, waar men nog te onbeschaafd is om te kunnen veinzen; waar de mens zich vertoont zoals hij is in zijn eenvoud en oprechtheid des harten; daarbij een nieuwe kerk, eenvoudig en nederig weliswaar, zoals een dorpskerk behoort te zijn, maar toch door haar schone vormen en zuivere bouwstijl de aandacht tot zich trekkende.”
Had ik nu ook een archief, dat Uw aandacht waardig was, dan zou het geen kunst zijn U (secr. Vregt) eens hier te krijgen.
Het moet toch een genot zijn in die oude documenten te snuffelen en daaruit de historie van het verleden te halen.
Mij dunkt als ik geen pastoor was, dan zou ik niets liever willen zijn dan archivaris.
In 1877 brengt een lammerenmarkt Fl.1108,50 op.
In 1878 komt er een marmeren doopvont van Margry, die mede betaald wordt uit de opbrengst van bovenstaande lammerenmarkt. Die doopvont met deksel kostte Fl.1520,-.

 

Bron: Reformatorisch Dagblad http://www.refdag.nl/kerkplein/kerknieuws/laurentiuskerk_stompwijk_1_248692